ECLI:NL:RBGEL:2018:3140
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek toepassing Luxemburgs sociale verzekeringsrecht op Rijnvarende
Eiser, werkzaam als Rijnvarende op een binnenvaartschip dat eigendom is van een Nederlands bedrijf, verzocht verweerder om het Luxemburgse sociale verzekeringsrecht op hem van toepassing te verklaren en een regularisatieovereenkomst te sluiten. Verweerder wees dit verzoek af omdat de Nederlandse premieaanslagen nog niet onherroepelijk waren vanwege een lopende bezwaarprocedure bij de Belastingdienst.
De rechtbank constateerde dat verweerder ten onrechte niet expliciet op het verzoek had beslist, waardoor het beroep gegrond werd verklaard. Uit de besluitvorming bleek echter dat verweerder het verzoek impliciet had afgewezen omdat volgens hem het Nederlandse sociale zekerheidsrecht van toepassing is, conform de Rijnvarendenovereenkomst die bepaalt dat de wetgeving van de staat van het bedrijf dat het schip exploiteert geldt.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek van eiser om toepassing van het Luxemburgse recht niet gegrond is, mede omdat het verzoek onjuist bij de Nederlandse autoriteiten was ingediend in plaats van bij de bevoegde Luxemburgse autoriteiten. Verder is het beleid van verweerder om te wachten op de uitkomst van fiscale procedures over de toepasselijke wetgeving niet onredelijk. Het verzoek werd daarom afgewezen, het bestreden besluit vernietigd voor zover verweerder niet expliciet had beslist en verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het verzoek om Luxemburgs sociale verzekeringsrecht toe te passen wordt afgewezen en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.