ECLI:NL:RBGEL:2018:2718
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing nabestaandenuitkering na postmortale inseminatie niet in strijd met EVRM
Eiseres, weduwe van de overleden verzekerde, vroeg een nabestaandenuitkering aan op grond van de Algemene nabestaandenwet (Anw) voor haar zoon die na het overlijden van haar echtgenoot via postmortale inseminatie is geboren. De Sociale Verzekeringsbank wees de aanvraag af omdat het kind niet voldoet aan de wettelijke definitie van een kind als bedoeld in artikel 5 van Pro de Anw, aangezien het niet vóór of op de dag van overlijden is geboren en de moeder niet zwanger was op het moment van overlijden.
Eiseres stelde dat deze afwijzing in strijd is met het gelijkheidsbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel, het evenredigheidsbeginsel, de redelijkheid en billijkheid en met artikel 14 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en fundamentele vrijheden (EVRM). De rechtbank oordeelde dat het onderscheid tussen kinderen geboren vóór of op de dag van overlijden en kinderen verwekt na overlijden door postmortale inseminatie een redelijke en objectieve rechtvaardiging kent.
De rechtbank benadrukte dat de wetgever met de Anw een volksverzekering heeft willen creëren voor nabestaanden die onverwacht alleen komen te staan en financieel afhankelijk zijn, en dat kinderen verwekt na overlijden niet onder deze regeling vallen omdat bij de keuze voor postmortale inseminatie al vaststaat dat de vader is overleden. De rechtbank concludeerde dat er geen sprake is van schending van artikel 14 EVRM Pro of algemene rechtsbeginselen en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de nabestaandenuitkering voor het kind verwekt na overlijden door postmortale inseminatie.