ECLI:NL:CRVB:2015:1961
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- L. Koper
- Rechtspraak.nl
Beëindiging toeslag alleenstaande wegens samenwoning met gehuwde partner geboren na 1971
Appellante ontving een toeslag voor een alleenstaande op grond van de Toeslagenwet (TW), die werd beëindigd omdat zij sinds augustus 2011 samenwoont met een partner die is geboren na 31 december 1971. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) beëindigde de toeslag en vorderde te veel betaalde toeslag terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat artikel 3 van Pro de TW dwingendrechtelijk is en geen afwijking toelaat, ook niet in bijzondere gevallen. De rechtbank verwees naar de wetsgeschiedenis waarin erkend wordt dat de regeling onevenwichtige effecten kan veroorzaken, maar dat dit niet tot afwijking leidt.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar situatie bijzonder is omdat zij zelf niet kan werken en haar partner studeert en geen inkomen heeft, waardoor het doel van de wet niet wordt bereikt. De Raad onderschreef echter het oordeel van het Uwv en de rechtbank en benadrukte dat de rechter niet bevoegd is de billijkheid van de wet te toetsen. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en de proceskosten worden niet toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de toeslag en wijst het hoger beroep af.