Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
2.De feiten
5 werkdagenna opdrachtverstrekking door de Opdrachtgever de traplift in bij de cliënt.
5 werkdagen.
25 werkdagenna definitieve opdrachtverstrekking door de Opdrachtgever.
De voorgenomen begunstigde heeft een irreële inschrijving gedaan
wekengebruikelijk. Deze levertijd hangt samen met de te verrichten werkzaamheden, die onder meer bestaan uit het inmeten van de traplift (rails), de productie van de rails (maatwerk op basis van de inmeting) en de installatie van de traplift bij de cliënt (burger) van de Gemeenten. [naam inschrijver] is geen fabrikant van trapliften, doch een tussenhandelaar. Zij betrekt haar trapliften bij een derde. Gelet op de levertijden die gelden voor fabrikanten, staat op voorhand vast dat [naam inschrijver] een levertijd van vijf werk
dagenniet kan nakomen.
3.Het geschil
4.De beoordeling van het geschil
€ 816,00
5.De beslissing
- € 131,00 aan salaris advocaat, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro met ingang van de vijftiende dag na aanschrijving,
- te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van het vonnis, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro met ingang van de vijftiende dag na betekening,