Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 29 september 2017
[X] , te [Z] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Arnhem, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
[B] B.V. (hierna: [B] ). [B] en [C] B.V. (de personal holding van de broer van eiser) hebben ieder een aandelenbelang van 50% in de eveneens op [1996] opgerichte vennootschap [D] B.V. (hierna: [D] ). [D] heeft een aandelenbelang van 100% in de vennootschap [E] B.V. (hierna: [E] ). [E] is opgericht op [2003] en houdt zich met name bezig met de exploitatie van onroerende zaken en het beheren van deelnemingen.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vermindert de aanslag IB/PVV 2013 tot een berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van nihil en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 2.092;
- wijzigt de verliesbeschikking en stelt het verlies vast op € 60.829;
- vermindert de beschikking belastingrente dienovereenkomstig;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser ten bedrage van € 495;
- gelast dat verweerder het door eiser betaalde griffierecht van € 46 vergoedt.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;