ECLI:NL:RBGEL:2017:4740
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening boete bij schending inlichtingenplicht Participatiewet wegens onvoldoende bewijs benadelingsbedrag
Eisers ontvingen bijstand op grond van de Participatiewet, welke werd ingetrokken en teruggevorderd wegens schending van de inlichtingenplicht door het niet melden van inkomsten uit de verkoop van goederen via Marktplaats. Verweerder legde daarnaast een boete op van €840, gebaseerd op het volledige benadelingsbedrag van €8.889,41. De rechtbank oordeelt dat voor het opleggen van een boete de hoogte van het benadelingsbedrag moet worden aangetoond, wat verweerder niet overtuigend heeft gedaan. Eisers erkenden inkomsten van €521,65, maar verweerder kon niet aantonen dat meer inkomsten zijn genoten, mede omdat niet alle verkopen via bankafschriften waren te herleiden.
De rechtbank vernietigt daarom het besluit tot oplegging van de boete en stelt de boete vast op 25% van het aangetoonde benadelingsbedrag, zijnde €130,41. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan eisers vergoed en worden de proceskosten aan eisers toegekend. Het beroep wordt gegrond verklaard en het primaire besluit II herroepen.
Deze uitspraak benadrukt het belang van een gedegen bewijsvoering door het bestuursorgaan bij het opleggen van bestuurlijke boetes en bevestigt dat het benadelingsbedrag voor boetetoepassing niet zonder meer gelijkgesteld kan worden aan het bedrag dat wordt teruggevorderd.
Uitkomst: De boete wordt vastgesteld op €130,41 in plaats van €840 wegens onvoldoende bewijs van het benadelingsbedrag.