Uitspraak
17 december 2014, beroep ingesteld.
“Artikel 1: overdracht Pro1.1 [F] neemt over van [X] de rechten en plichten zoals bepaald in deovereenkomst tussen [X] en [H] ( [H] Ltd, [A-straat 1], [Q] , China)(hierna te noemen: het contract);1.2 De onder sub 1. Genoemde rechten en plichten worden overgedragen om niet (…).
Artikel 2: Royalties Pro2.1 [F] draagt de exploitatie van het contract over aan [I] , welke zorg zal dragenvoor de in- en verkoop van de “LED” producten;2.2 [I] betaalt aan [F] een fee in verband met het exclusieve recht tot exploitatievan het contract ter grootte van 25% van de bruto marge van de “ [I] ” producten;(…)Artikel 4: ondersteuning Pro4.1 [X] zal [I] tijdelijk ondersteunen bij de exploitatie van het contract door zorg tedragen voor opslag en handling;4.2 Gedurende de onder sub 1. genoemde periode betaalt [I] aan [X] een handlingfee voor de door [X] ten behoeve van [I] gemaakte kosten;4.3 De onder sub 2. genoemde handling fee is 33% van de som van de volgende kosten: huur,gas, electra, assuranties, advertenties, reclamekosten, brandstoffen, reparatie enonderhoud, wegenbelasting, kantoorbenodigdheden, telefoon- en faxkosten, porti,drukwerk, accountants- en administratiekosten;(…)
(…)
DRIEVOUD OPGEMAAKT EN ONDERTEKEND TE [Z] OP 31/3 2010”
26 augustus 2013, is op 28 augustus 2013 door verweerder ontvangen. Het bezwaarschrift is dus gelet op artikel 6:9 van Pro de Awb te laat ingediend.
Navorderingaanslagen Vpb 2007 tot en met 2011
- in 2008 is met de naam [I] naar buiten getreden op beurzen;
- in 2009 is een begin gemaakt om de boekhouding en de aangiften van [X] , [F] en [I] te splitsen;
- in 2010 is het contract en zijn de overeenkomsten inzake de werkzaamheden van de heren [E en A] en de facturen opgesteld en
- in 2011 zijn de bankrekeningen voor [F] en [I] geopend en vindt de in- en verkoop plaats op naam van [I] .
- [I] maakte op 1 november 2006 nog geen deel uit van het concern;
- eiseres was volgens het contract als enige gerechtigd de led-verlichting te exploiteren;
- eiseres had als enige de kennis en kunde om het contract in de periode 2006 tot en met 2009 te exploiteren;
- eiseres heeft tot de uitvoering van het boekenonderzoek als enige de werkzaamheden voortvloeiend uit het contract verricht en
- bij het opmaken van jaarrekeningen en aangiften zijn alle voordelen uit het contract tot het eerste kwartaal van 2009 bij eiseres verantwoord.
Verweerder stelt zich op het standpunt dat de bewijslast dient te worden omgekeerd en verzwaard omdat de vereiste aangifte niet is gedaan. Naar vaste jurisprudentie geldt dat bij inhoudelijke gebreken in een aangifte slechts dan kan worden aangenomen dat de vereiste aangifte niet is gedaan, indien aan de hand van de normale regels van stelplicht en bewijslast is vastgesteld dat sprake is van één of meer gebreken die ertoe leiden dat de volgens de aangifte verschuldigde belasting verhoudingsgewijs aanzienlijk lager is dan de werkelijk verschuldigde belasting. Tevens is vereist dat het bedrag van de belasting dat als gevolg van deze gebreken niet zou zijn geheven, op zichzelf beschouwd, aanzienlijk is. Inhoudelijke gebreken in de aangifte worden slechts in aanmerking genomen indien de belastingplichtige ten tijde van het doen van aangifte wist of zich ervan bewust moest zijn dat daardoor een aanzienlijk bedrag aan verschuldigde belasting niet zou worden geheven. Ook dit moet worden vastgesteld aan de hand van de normale bewijsregels van stelplicht en bewijslast (zie HR 30 oktober 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH1083).
1 november 2006. De stelling van eiseres dat economische redenen doorslaggevend zijn geweest voor de overdracht van het contract per 1 november 2006 kan zonder toelichting, die ontbreekt, dan ook niet slagen. In zoverre is een boete dan ook op zijn plaats.
Hoge Raad 15 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BN6324).
- verklaart het beroep ter zake van de navorderingsaanslag Vpb 2010 en de bijbehorende beschikking heffingsrente gegrond;
- vernietigt de desbetreffende uitspraak op bezwaar;
- vermindert de navorderingsaanslag Vpb 2010 tot een navorderingsaanslag berekend naar een belastbare winst van € 146.030;
- vermindert de beschikking heffingsrente dienovereenkomstig;
- verklaart de beroepen voor het overige ongegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar voor zover die zien op de boetebeschikkingen voor de jaren 2007, 2008 en 2010;
- vermindert de boetes met 15% tot respectievelijk € 1.644, € 1.946 en € 3.127;
- bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van de vernietigde uitspraken op bezwaar;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres ten bedrage van € 990;
- gelast dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht van € 328 vergoedt.
mr. J.J. Westerbaan, rechters, in tegenwoordigheid van M. Brouwer, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op: 30 maart 2017
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;