Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 1 november 2016
[X] , te [Z] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Doetinchem, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
- Op de rekening van eiser en zijn echtgenote hebben contante stortingen plaatsgevonden van in totaal € 18.120 in 2011, € 23.700 in 2012 en € 22.800 in 2013;
- Eiser heeft in januari 2011 een Audi [D] gekocht voor € 82.250, en 21 inch banden/velgen voor € 3.250,01, waarbij na inruil van een Audi [B] voor € 34.500 een bedrag van € 51.001,01 per kas is bijbetaald;
- Eiser heeft in maart 2012 een Audi [I] gekocht voor € 32.250, waarbij na inruil van een Volkswagen [H] ad € 11.250 een bedrag van € 21.000 per kas is bijbetaald;
- Eiser heeft in mei 2013 een Audi [E] gekocht voor € 87.424,29, waarbij na inruil van de Audi [D] voor € 47.426 en de Audi [I] voor € 22.500 nog € 17.500 per kas is bijbetaald;
- In de aangiften IB/PVV zijn winsten opgenomen van € 11.671 in 2011, € 17.469 in 2012 en € 16.033 in 2013;
- De echtgenote geniet geen inkomsten;
- Eiser heeft een eigen bankrekening en een gezamenlijke bankrekening en voornoemde bedragen zijn niet hiervan opgenomen en doorgestort, maar afkomstig uit een onbekende bron;
- Uit een gesprek met eiser is naar voren gekomen dat in 1996 een groot bedrag aan contanten voorhanden was, welk bedrag nooit in aangiften is opgenomen.
Beslissing
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;