Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
Uitspraak van de meervoudige kamer van
Heesen Yacht Interiors B.V., te Winterswijk, eiseres,
de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te 's-Gravenhage, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
- indien de werkgever aantoont dat hij de risico’s van de werkzaamheden waarbij het beboetbare feit zich heeft voorgedaan voldoende heeft geïnventariseerd en op grond daarvan de nodige maatregelen heeft getroffen en deugdelijke, voor de arbeid geschikte, arbeidsmiddelen en persoonlijke beschermingsmiddelen ter beschikking heeft gesteld, wordt de boete met een derde gematigd;
De rechtbank stelt vast dat uit de door eiseres overgelegde uitdraai van het personeelbestand blijkt dat eiseres ten tijde van het ongeval 99 werknemers in dienst had. Voorts had eiseres ten tijde van het ongeval 8 werknemers ingeleend.
Ter zitting heeft verweerder gesteld dat in de Beleidsregels het werknemersbegrip wordt gebruikt zoals dat is neergelegd in de Arbowet. Naar het oordeel van de rechtbank is dit niet onjuist of onredelijk. De rechtbank ziet geen reden om aan het begrip werknemer in de Beleidsregels een andere betekenis te geven dan in de Arbowet, waarop die Beleidsregels zijn gebaseerd. Bepalend voor het werkgeversbegrip als bedoeld in artikel 1, tweede lid, aanhef, onder a, onder 1, van de Arbowet is het bestaan van een gezagsverhouding tussen de werkgever en de werknemer. Bij de beoordeling of sprake is van een gezagsverhouding dient acht te worden geslagen op alle relevante feiten en omstandigheden. Uit het bepaalde in artikel 1, tweede lid, van de Arbowet volgt dat ook een ingeleende werknemer onder het werknemerbegrip valt. Naar het oordeel van de rechtbank is verweerder bij de bepaling van de hoogte van de op te leggen boete dan ook terecht van 107 werknemers uitgegaan. Voor het betoog van eiseres dat verweerder bij de berekening van het aantal werknemers had dienen uit te gaan van het aantal fte’s zijn geen aanknopingspunten te vinden in de Arbowet, dan wel de wetsgeschiedenis. De beroepsgrond van eiseres slaagt niet.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit voor zover daarbij de boete is gehandhaafd op € 21.600;
- stelt de boete vast op € 10.800 en bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het vernietigde deel van het bestreden besluit;
- gelast dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht groot € 328 aan haar vergoedt.