Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
SCHRIFTELIJK VONNIS
[verdachte] ,
Het ontvankelijkheidsverweer
Het bewijs
Rechtbank Gelderland
De rechtbank Gelderland heeft op 16 december 2015 uitspraak gedaan in een zaak tegen een verdachte die werd vervolgd voor het rijden onder invloed van alcohol met een ademalcoholgehalte van 965 microgram per liter uitgeademde lucht, ruim boven de wettelijke limiet van 220 microgram.
De verdediging voerde een ontvankelijkheidsverweer aan, stellende dat het CBR-onderzoek ex artikel 131 jo Pro 133 Wegenverkeerswet 1994 een strafrechtelijke procedure is die strijd zou opleveren met het ne bis in idem-beginsel. De rechtbank verwierp dit verweer en oordeelde dat het CBR-onderzoek een bestuurlijke maatregel betreft en geen strafrechtelijke vervolging, waardoor vervolging niet in strijd is met het ne bis in idem-beginsel.
De rechtbank achtte het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen op basis van een correct uitgevoerde ademanalyse en de bekentenis van de verdachte. De strafoplegging bestond uit een geldboete van € 800,-, met een vervangende hechtenis van 16 dagen bij niet-betaling, en een rijontzegging van 200 dagen waarvan 100 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. De rechtbank hield rekening met het feit dat de verdachte op eigen initiatief hulp zocht en dat een CBR-traject was gestart.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een geldboete van €800 en een rijontzegging van 200 dagen, waarvan 100 dagen voorwaardelijk.