Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 5 februari 2015
[X], wonende te [Z], eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Utrecht, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
- of eiseres de vereiste aangifte heeft gedaan en of de bewijslast moet worden omgekeerd en verzwaard;
- of het hertaxatierapport van [M] voldoende en juist is gemotiveerd;
- de hoogte van de schade;
- of de volledige gecalculeerde schade in mindering dient te worden gebracht op de waarde van de auto;
- of de schade vóór of ná toepassing van een handelsmarge dient te worden verrekend.
Van overige voor vergoeding in aanmerking komende kosten is de rechtbank niet gebleken. De brief van 29 juli 2014, die is ingebracht in de procedure met zaaknummer 14/2246, maar waarvan ter zitting is afgestemd dat die onderdeel vormt van alle daar behandelde zaken, wordt door de rechtbank niet als conclusie van repliek beschouwd, nu eiseres niet overeenkomstig het bepaalde in artikel 8:43 van Pro de Awb in de gelegenheid was gesteld nader te reageren.
Beslissing
- verklaart het beroep, voor zover dit betrekking heeft op het uitblijven van een dwangsombeschikking, gegrond;
- stelt vast dat verweerder aan eiseres een dwangsom heeft verbeurd van € 80;
- verklaart het beroep voor het overige ongegrond;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres ten bedrage van € 456,56;
- gelast dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht van € 165 vergoedt.
Rechtsmiddel
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;