Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 8 oktober 2015
[X] , te [Z] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Amersfoort, verweerder.
Procesverloop
- voor het jaar 2007 een aanslag IB/PVV (aanslagnummer [000] .H.76), met dagtekening 11 juni 2010, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 53.284, een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang van € 31.717 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 13.069. Tevens is bij beschikking heffingsrente in rekening gebracht.
- voor het jaar 2008 een aanslag IB/PVV (aanslagnummer [000] .H.86), met dagtekening 5 oktober 2011, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 56.663, een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang van € 27.155 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 1.175. Tevens is bij beschikking € 496 aan heffingsrente in rekening gebracht.
Overwegingen
4. Beoordeling van het geschil
- Het economisch eigendom van het pand zit in de vennootschap.
- De door [X] te betalen huur bedraagt voor de jaren 2003 en 2004 € 8.250.
- In de jaren 2005 tot en met 2009 wordt geen huur in rekening gebracht.
- (…)
- De bedragen van € 124.000 en € 100.000 zullen in de jaren 2003 respectievelijk 2004 ten gunste van het resultaat worden teruggeboekt. Pas in de jaren waarin de daadwerkelijke uitgaven worden gedaan zullen deze ten laste van het resultaat worden gebracht, dan wel geactiveerd worden.
- Ook de uit middelen van [X] gedane investeringen in het pand zullen worden geactiveerd. Dit resulteert in een lening van [X] aan de BV waarvan de verschuldigde rente in box 1 bij [X] in privé is belast.”
Beslissing
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;