Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
- het tussenvonnis van 11 februari 2015
- het verkort proces-verbaal van comparitie van 13 mei 2015.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
768,00(2,0 punten × tarief € 384,00)
Rechtbank Gelderland
Eiseres, een kunstenares, had een overeenkomst gesloten met de VOF [bedrijf] waarin zij werkzaamheden verrichtte tegen een jaarlijkse vergoeding. Na het overlijden van een vennoot, [naam], zette gedaagde de onderneming voort als eenmanszaak onder dezelfde handelsnamen.
Eiseres vorderde betaling van achterstallige termijnen en stelde dat de overeenkomst door de VOF was bekrachtigd en voortgezet door gedaagde. Gedaagde betwistte zijn medewerking aan de overeenkomst en stelde dat de facturen onterecht waren.
De rechtbank oordeelde dat eiseres gerechtvaardigd mocht vertrouwen op de vertegenwoordiging van de VOF bij het sluiten van de overeenkomst, mede omdat gedaagde de facturen tot mei 2014 betaalde en geen bezwaar maakte. De overeenkomst was niet stilzwijgend verlengd na het eerste jaar, omdat verlenging in goed overleg moest plaatsvinden en dat niet is gebeurd.
De rechtbank veroordeelde gedaagde tot betaling van € 8.772,50 aan achterstallige termijnen, wettelijke rente, en een gematigde vergoeding van buitengerechtelijke kosten van € 813,63, evenals proceskosten. Het meer of anders gevorderde werd afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde is veroordeeld tot betaling van achterstallige termijnen, wettelijke rente, buitengerechtelijke kosten en proceskosten wegens voortzetting van de overeenkomst.