Eiseres, ouder dan 65 jaar, verhuist naar een woonzorgcomplex en ontvangt een AIO-aanvulling op grond van de WWB. Verweerder trekt deze aanvulling in omdat hij aanneemt dat eiseres in een inrichting verblijft, waardoor een lagere bijstandsnorm geldt. De rechtbank stelt vast dat het woonzorgcomplex geen verpleging of verzorging levert en dat zorg door derden wordt geleverd via afzonderlijke overeenkomsten. De functies wonen en zorg zijn gescheiden, en de exploitant treedt slechts faciliterend op.
De rechtbank concludeert dat het woonzorgcomplex niet kwalificeert als een inrichting in de zin van artikel 1, aanhef en onder f van de WWB. Hierdoor is de lagere bijstandsnorm niet van toepassing en behoudt eiseres haar AIO-aanvulling op basis van de norm voor alleenstaanden die de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt.
Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het primaire besluit herroepen. Verweerder wordt verplicht de AIO-aanvulling ongewijzigd toe te kennen en het betaalde griffierecht te vergoeden.