ECLI:NL:RBGEL:2015:1902
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toekenning WIA-uitkering bij arbeidsongeschiktheid na WAO-wachttijd
Werkneemster was sinds 2002 arbeidsongeschikt en ontving aanvankelijk geen WAO-uitkering vanwege onvoldoende mate van arbeidsongeschiktheid. Na meerdere ziekteperiodes en Ziektewetuitkeringen, meldde zij zich per 27 december 2011 ziek en vroeg een WIA-uitkering aan. Verweerder kende de WIA-uitkering toe, omdat de aanvraag betrekking had op een periode die ruim buiten de vijfjaarstermijn van artikel 43a WAO viel.
Eiseres stelde dat verweerder ten onrechte geen onderzoek had gedaan naar een mogelijke toekenning van een WAO-uitkering op grond van artikel 43a WAO binnen vijf jaar na 20 november 2003, en dat werkneemster ook aanspraak zou moeten maken op een WAO-uitkering per december 2007 of januari 2012. De rechtbank oordeelde dat de aanvraag van werkneemster alleen zag op de periode vanaf december 2011 en dat verweerder terecht geen Amber-beoordeling had uitgevoerd voor de ziekmelding in 2007.
De rechtbank stelde vast dat artikel 120 Wet Pro WIA niet aan toekenning van de WIA-uitkering in de weg staat, omdat de eerste dag van arbeidsongeschiktheid buiten het toepassingsgebied van artikel 43a WAO valt. Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard. De rechtbank wees ook het betoog af dat verweerder onvoldoende verzuimbegeleiding had geboden, omdat dit niet was onderbouwd.
Uitkomst: Het beroep tegen de toekenning van de WIA-uitkering is ongegrond verklaard.