Eiseres en haar partner ontvingen sinds 2001 bijstand, die werd ingetrokken en teruggevorderd over de periode 2001-2013 vanwege bezit van onroerend goed in Turkije. Dit kwam aan het licht na een anonieme tip en onderzoek door het Instituut Bijzonder Onderzoek en het Internationaal Bureau Fraude.
De rechtbank oordeelde dat de anonieme tip voldoende concreet was voor onderzoek en dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd. Eiseres had de inlichtingenverplichting geschonden door het bezit van onroerend goed niet te melden, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld.
Hoewel het besluit gebreken vertoonde, werden deze gepasseerd omdat eiseres hierdoor niet in haar belangen werd geschaad. Er waren geen dringende redenen om terugvordering achterwege te laten. De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van griffierecht en proceskosten, maar verklaarde het beroep ongegrond.