ECLI:NL:RBGEL:2014:5665
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepassing inkomstenaftrekregeling bij twee dienstbetrekkingen en WW-uitkering
Eiseres was werkzaam in twee dienstbetrekkingen, waarvan één volledig verviel en zij een WW-uitkering ontving. Verweerder beëindigde de WW-uitkering per 3 september 2012, waarna eiseres bezwaar maakte op grond van de inkomstenaftrekregeling. Na aanvankelijke toekenning herzag verweerder dit besluit en stelde dat eiseres niet voldeed aan de voorwaarden omdat zij niet volledig werkloos was.
De rechtbank toetste de uitleg van artikel 20, zesde lid, onder b, van de WW, waarbij het begrip 'arbeidsuren' in geval van meerdere dienstbetrekkingen centraal stond. Geconcludeerd werd dat alle arbeidsuren uit beide dienstbetrekkingen moeten worden meegeteld, waardoor eiseres niet voldeed aan de eis van volledig verlies van arbeidsuren.
Daarnaast verwierp de rechtbank het beroep op het rechtszekerheidsbeginsel, omdat verweerder verplicht is besluiten te herzien indien uitkeringen ten onrechte zijn toegekend. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het beëindigen van de WW-uitkering en weigering van de inkomstenaftrekregeling wordt ongegrond verklaard.