Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
[gedaagde sub 3],
[gedaagde sub 3],
1.De procedure
- het tussenvonnis van 15 mei 2013
- het proces-verbaal van comparitie van 18 juli 2013.
2.De feiten
(was EUR 2.146.296,00)
verplichtis zijn betalingsverkeer zoveel mogelijk via de bank te laten lopen). Tijdens onze bespreking gaf u expliciet aan dat uw cliënt dat op uw advies heeft gedaan tegen de achtergrond van de gerezen liquiditeitsproblemen, de gelden die aangewend zouden moeten worden ter vermindering van de openstaande bankschuld worden - naar wij vermoeden - aangewend voor andere doeleinden (welke weten wij niet want uw cliënt noch u was tijdens onze bespreking bereid daarover openheid van zaken te geven). Wij achten dat onacceptabel en rekenen dat u en uw cliënt zwaar aan: de bank wordt door uw handelen benadeeld.
op zeer korte termijn.
- bij akte op negenentwintig februari tweeduizend twaalf (29-02-2012) voor mij, notaris,
Pandgevers) ten gunste van ABN AMRO Bank N.V. (de
Pandhouder), onder andere, een stil pandrecht gevestigd op al hun huidige en toekomstige vorderingen op derden, al dan niet opeisbaar, onder voorwaarde of tijdsbepaling (de
vorderingen).
huurovereenkomst) en (ii) de verkoop van zaken of levering van diensten door een of meerdere Pandgevers (al dan niet geadministreerd in de tussen u en een of meerdere Pandgevers bestaande rekening-courant).
3.Het geschil
4.De beoordeling
4.816,50(1,5 punt × tarief € 3.211,00)
452,00(1 punt × tarief € 452,00)