Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.Ontstaan en loop van het geding
28 september 2012 heeft verweerder de door eiseres ingehouden en op aangifte afgedragen dividendbelasting van € 150 ontvangen.
Rechtbank Gelderland
Eiseres, een Nederlandse BV die haar zetel naar Curaçao heeft verplaatst, stelde dat de inhouding van dividendbelasting onterecht was omdat de werkelijke leiding niet was verplaatst met het oog op het vermijden van dividendbelasting. Verweerder handhaafde de inhouding. De rechtbank stelde vast dat verweerder de hoorplicht uit artikel 7:5 Awb Pro heeft geschonden doordat dezelfde ambtenaren die bij de standpuntbepaling betrokken waren ook het hoorgesprek voerden. Desondanks verbond de rechtbank geen vernietigende gevolgen aan deze schending vanwege het ontbreken van aantoonbare benadeling van eiseres.
Inhoudelijk oordeelde de rechtbank dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij op Curaçao aan belastingheffing is onderworpen, een vereiste om als inwoner van Curaçao te worden aangemerkt. Hierdoor was er geen sprake van dubbele woonplaats en was de dividendbelasting terecht ingehouden. De rechtbank wees het beroep ongegrond.
Ten aanzien van proceskosten veroordeelde de rechtbank verweerder tot vergoeding van de kosten van de professionele rechtsbijstand, maar wees vergoeding van reiskosten van een mede-gemachtigde af. De uitspraak werd gedaan door drie rechters en griffier op 19 november 2013.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de rechtmatigheid van de inhouding van dividendbelasting.