ECLI:NL:RBGEL:2013:4083
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen proceskostenvergoeding voor verbonden rechtspersoon als derde in bestuursrechtelijke WOZ-zaak
Eisers, de erven van [X], stelden beroep in tegen de WOZ-waarde en de daarop gebaseerde aanslag OZB van een woning te [Z]. Verweerder stelde de waarde aanvankelijk vast op €355.000, maar na beroep verlaagde de rechtbank deze naar €270.000, waardoor het beroep gegrond werd verklaard.
Het geschil spitste zich toe op de vraag of eisers recht hadden op proceskostenvergoeding voor door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Eisers werden vertegenwoordigd door [A] BV, waarvan de gemachtigde tevens bestuurder en directeur was. De rechtbank oordeelde dat deze verbonden rechtspersoon geen derde is in de zin van het Besluit proceskosten bestuursrecht, omdat de gemachtigde namens zichzelf en de BV handelde.
De rechtbank volgde de jurisprudentie van de Hoge Raad en het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar vond dat bijzondere omstandigheden hier tot vereenzelviging van partijen leidden. Hierdoor werd het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen, wel werden reiskosten en griffierecht aan eisers toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard met verlaging van de WOZ-waarde, maar het verzoek om proceskostenvergoeding voor door een verbonden rechtspersoon verleende rechtsbijstand wordt afgewezen.