ECLI:NL:RBDOR:2011:BP8890
Rechtbank Dordrecht
- Voorlopige voorziening
- M.G.L. de Vette
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen sluiting eenmanszaak wegens handel in drugs
Verzoeker maakte bezwaar tegen een last onder bestuursdwang die de burgemeester van Dordrecht oplegde wegens aanwezigheid van handelshoeveelheden cocaïne, XTC en GHB in zijn eenmanszaak. De sluiting was voor zes maanden en trad in werking op 4 maart 2011.
Verzoeker betoogde dat de middelen niet bestemd waren voor handel, onder meer omdat een deel in een ongeopend postpakket zat zonder adressering, en dat verweerder buiten zijn bevoegdheid was getreden. Tevens stelde hij dat de sluiting te lang en onvoldoende gemotiveerd was.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder terecht uitging van de beleidsregel 'Aanwijzing Opiumwet' en dat de aanwezigheid van meerdere middelen ruim boven de gebruikershoeveelheid voldoende aanleiding gaf voor de conclusie dat deze bestemd waren voor handel. Het ontbreken van handelsattributen of handelsgeld was niet doorslaggevend. Ook was de bevoegdheid van verweerder, ondanks een mandaatsgebrek, hersteld door bekrachtiging.
De rechter vond de sluiting van zes maanden niet disproportioneel en voldoende gemotiveerd, en wees het verzoek af. Wel werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten aan verzoeker.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de eenmanszaak wegens handel in drugs wordt afgewezen.