ECLI:NL:RBDOR:2010:BN7961
Rechtbank Dordrecht
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen intrekking bijstandsuitkering wegens ontbreken verblijfsvergunning
Verzoekers, behorend tot de Roma-gemeenschap, hadden een bijstandsuitkering toegekend gekregen, maar deze werd ingetrokken omdat zij niet beschikten over een geldige verblijfsvergunning. Zij stelden dat hun culturele achtergrond hen belemmerde in het verkrijgen en behouden van een verblijfsvergunning en dat dit tot discriminatie leidde, waardoor het intrekken van de bijstand onrechtmatig zou zijn.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de procedure over het verblijfsrecht de juiste weg is om deze argumenten aan te voeren en dat de intrekking van de verblijfsvergunningen rechtmatig was vastgesteld door de rechtbank 's-Gravenhage. Verzoekers hadden geen hoger beroep ingesteld tegen deze uitspraak.
De rechter concludeerde dat verzoekers en hun kinderen op de peildatum niet rechtmatig in Nederland verbleven en daarom geen aanspraak konden maken op bijstand volgens de Wet werk en bijstand (WWB). De aangevoerde verdragsbepalingen van het EVRM en het IVRK bieden geen zelfstandig recht op bijstand in deze situatie. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de bijstandsuitkering wegens het ontbreken van een geldige verblijfsvergunning is afgewezen.