ECLI:NL:RBDOR:2008:BC6022
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling bouwbedrijf voor onvoldoende veiligheidsmaatregelen bij bouwplaatsongeval
Op 15 juni 2006 ontstond op een bouwplaats te Vleuten een gevaarlijke situatie doordat een waterslang met metalen koppeling buiten de bouwhekken kwam te liggen. Een passerende vrachtwagen reed over de koppeling, waardoor bouwhekken en liftgeleiders werden meegesleurd. Een liftmonteur, werkzaam voor een onderaannemer, raakte hierdoor ernstig gewond met een beenbreuk tot gevolg.
De verdachte, een bouwbedrijf uit Papendrecht, werd door de economische politierechter veroordeeld tot een geldboete van 3.500 euro. De rechter oordeelde dat het slachtoffer niet als werknemer van de verdachte kon worden beschouwd, maar als een andere persoon die bescherming geniet onder artikel 10, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet 1998.
De verdediging voerde aan dat de verdachte niet verantwoordelijk kon worden gehouden omdat het bedrijf veiligheidsmaatregelen hanteerde en het niet aannemelijk was dat de verdachte de situatie met de slang buiten de hekken aanvaardde. De rechter verwierp dit verweer, stellende dat het bouwbedrijf de situatie als onvermijdelijk beschouwde en geen doeltreffende maatregelen had getroffen om het gevaar te voorkomen.
De economische politierechter achtte het bewezen dat de verdachte onvoldoende veiligheidsmaatregelen had genomen, waardoor het ongeval kon plaatsvinden. De opgelegde geldboete werd gemotiveerd door de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze plaatsvonden en eerdere soortgelijke overtredingen door de verdachte.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een geldboete van 3.500 euro wegens onvoldoende veiligheidsmaatregelen die hebben geleid tot ernstig letsel van een liftmonteur.