ECLI:NL:RBDOR:2005:AU7616
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herberekening AOW-pensioen op grond van Verdrag sociale zekerheid Nederland-Nieuw-Zeeland
Eiser maakte bezwaar tegen de wijze waarop verweerder het AOW-pensioen herberekende over de periodes april 2002 tot en met maart 2003 en april 2004 tot en met juli 2004, waarbij slechts eenmaal per jaar een koersherberekening plaatsvond. Verweerder verwees naar artikel 15, vijfde lid, van het Verdrag van 30 juni 2000 inzake sociale zekerheid tussen Nederland en Nieuw-Zeeland, dat bepaalt dat herberekeningen ten gevolge van wisselkoersschommelingen slechts één keer per jaar hoeven plaats te vinden.
De rechtbank overwoog dat het Verdrag verbindende kracht heeft en dat verweerder niet verplicht is maandelijks koerswijzigingen te beoordelen, zoals eiser stelde. Ook oordeelde de rechtbank dat het beleid van verweerder om bij een koersdevaluatie van 10% of meer over twee achtereenvolgende kwartalen een extra herberekening te maken, niet onredelijk is. Daarnaast was reeds een besluit genomen over de periode september 2003 tot en met maart 2004, zodat geen nieuwe herberekening nodig was.
Ten slotte wees de rechtbank het bezwaar van eiser af dat verweerder ten onrechte uitging van twaalf in plaats van dertien pensioenbetalingen per jaar, omdat dit beleid adequaat was toegelicht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat verweerder het AOW-pensioen eenmaal per jaar mag herberekenen volgens het Verdrag.