ECLI:NL:RBDOR:2004:AQ7031
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Brand
- B.M. van Dun
- F.H.J.G. Brekelmans
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit eervol ontslag wegens ontbreken wettelijke grondslag CAO-VO
Eiser, een leraar aan een openbare school, kreeg eervol ontslag per 1 augustus 2000 omdat hij de pensioengerechtigde leeftijd had bereikt. Verweerder baseerde dit op artikel F3 van de CAO-VO, waarin het dienstverband automatisch eindigt bij het bereiken van die leeftijd. Eiser maakte bezwaar tegen het ontslag en startte beroep bij de rechtbank nadat verweerder het bezwaar ongegrond verklaarde.
De rechtbank onderzocht of de CAO-VO rechtstreeks kon worden toegepast als wettelijke grondslag voor het ontslagbesluit. Verweerder stelde dat de CAO-VO via artikel 38a van de Wet op het voortgezet onderwijs als algemeen verbindend voorschrift was vastgesteld door het bevoegd gezag, mede doordat de CAO-VO in de aanstellingsakte van eiser was opgenomen.
De rechtbank oordeelde echter dat de CAO-VO niet algemeen verbindend was verklaard door een besluit van het bevoegd gezag en dat een individueel aanstellingsbesluit niet voldoet aan de eisen van een algemeen verbindend voorschrift. Hierdoor ontbrak een wettelijke grondslag voor het ontslagbesluit. Het beroep van eiser werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en het griffierecht aan eiser vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot eervol ontslag wordt vernietigd wegens het ontbreken van een wettelijke grondslag.