ECLI:NL:RBDHA:2026:9899
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlenging overdrachtstermijn Dublinverordening wegens onderduiken vreemdelingen
Eisers hebben in Nederland asiel aangevraagd, maar de minister heeft de overdracht aan Frankrijk verlengd omdat eisers zich niet hebben gemeld voor de geplande overdracht en met onbekende bestemming zijn vertrokken. De rechtbank heeft vastgesteld dat eisers doelbewust buiten het bereik van de autoriteiten zijn gebleven, wat onderduiken inhoudt volgens de Dublinverordening en het arrest Jawo van het Hof van Justitie.
Eisers voerden aan dat zij niet ondergedoken waren, maar dat zij de opvang moesten verlaten en dat eiseres in de kerk verbleef en contact had met VluchtelingenWerk. Deze stellingen waren onvoldoende onderbouwd en konden niet weerleggen dat zij de overdracht wilden voorkomen.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht de overdrachtstermijn heeft verlengd tot maximaal achttien maanden. Het beroep tegen deze verlenging is daarom ongegrond verklaard en eisers krijgen geen proceskostenvergoeding.
De uitspraak bevestigt dat het niet verschijnen bij vertrekgesprekken en het niet informeren van de autoriteiten over afwezigheid voldoende bewijs is voor onderduiken in de zin van de Dublinverordening. De minister handelde binnen de wettelijke kaders en de belangen van de lidstaten worden hiermee beschermd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep tegen de verlenging van de overdrachtstermijn wegens onderduiken ongegrond.