3.5.Met het bestreden besluit op het bezwaar van verzoekers heeft het college de genoemde herstelmaatregelen verduidelijkt. [verzoekers sub 2] wordt gelast om:
[perceel 1] en [perceel 2] niet meer te gebruiken voor het afgraven, ophogen, mengen of opslaan van grond of het anderszins uitvoeren van bedrijfsactiviteiten, grondbewerkingen of andere activiteiten die niet conform het vigerende omgevingsplan voor deze gronden mogelijk zijn, alsmede het terugbrengen van deze gronden naar de staat voorafgaand aan de genoemde activiteiten. Als hieraan niet geheel, of niet tijdig wordt voldaan, verbeurt [verzoekers sub 2] een eenmalige dwangsom van € 5.000,-.
[perceel 3], [perceel 4], [perceel 5] en [perceel 6] niet meer te gebruiken voor het afgraven, ophogen, mengen of opslaan van grond of het anderszins uitvoeren van bedrijfsactiviteiten, grondbewerkingen of andere activiteiten die niet conform het vigerende omgevingsplan voor deze gronden mogelijk zijn, alsmede het terugbrengen van deze gronden naar de staat voorafgaand aan de genoemde activiteiten waaronder in ieder geval begrepen het herstellen van het peil voorafgaand aan de activiteiten en het ongedaan maken van de zonder vergunning uitgevoerde activiteiten die zijn genoemd in artikel 8, derde lid, van het bestemmingsplan “[bestemmingsplan 2]”. Als hieraan niet, niet geheel, of niet tijdig wordt voldaan, verbeurt [verzoekers sub 2] per genoemd perceel een eenmalige dwangsom van € 5.000,-.
het (op)stallen van het aanwezige materieel, materiaal en voertuigen op [perceel 3], [perceel 4], [perceel 5], [perceel 1], [perceel 2] en [perceel 6] te staken en gestaakt te houden. Als hieraan niet, niet geheel, of niet tijdig wordt voldaan, verbeurt [verzoekers sub 2] een eenmalige dwangsom van € 10.000,-.
het (laten) gebruiken van [perceel 3], [perceel 4], [perceel 5], [perceel 1], [perceel 2] en [perceel 6] voor (bedrijfs)activiteiten, in het bijzonder grondverzetactiviteiten of activiteiten ten behoeve van de bouwnijverheid, te staken en gestaakt te (laten) houden. Als hieraan niet, niet geheel, of niet tijdig wordt voldaan, verbeurt [verzoekers sub 2] een eenmalige dwangsom van € 10.000,-.
4. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) alleen een voorlopige voorziening als onverwijlde spoed dat, gelet op de betrokken belangen, vereist.