ECLI:NL:RBDHA:2026:9669
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugkeerbesluit derdelander Oekraïne na tijdelijke bescherming
Eiseres, een Indiase nationaliteit houdende derdelander die tijdelijke bescherming genoot na haar vlucht uit Oekraïne, betwist het terugkeerbesluit van de minister van Asiel en Migratie. Dit besluit bepaalt dat zij Nederland binnen vier weken na 29 juli 2025 moet verlaten, nadat haar tijdelijke bescherming was beëindigd.
De rechtbank heeft het beroep aangehouden in afwachting van prejudiciële vragen aan het HvJ EU en daaropvolgende jurisprudentie. Na beantwoording van deze vragen en diverse einduitspraken is het vervangende terugkeerbesluit genomen. Eiseres voert aan dat zij een duurzame relatie heeft en een aanvraag tot toetsing aan EU-recht heeft ingediend, waardoor zij een afgeleid verblijfsrecht zou hebben.
De rechtbank oordeelt dat de tijdelijke bescherming van derdelanders Oekraïne eerder mag eindigen dan die van Oekraïners, mits niet vóór 4 maart 2024. Eiseres had op het moment van het vervangende besluit geen verblijfsvergunning en de aanvraag tot toetsing aan EU-recht schort slechts de tenuitvoerlegging op, niet de rechtmatigheid. Er is geen strijd met het non-refoulementbeginsel. Het beroep wordt ongegrond verklaard, maar de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten wegens een gebrek in het oorspronkelijke besluit.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.