ECLI:NL:RBDHA:2026:9667
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaard beroep tegen vervangend terugkeerbesluit voor derdelander uit Oekraïne
Eiser, een Marokkaanse nationaliteit dragende derdelander die rechtmatig verbleef in Oekraïne, kreeg tijdelijke bescherming in Nederland na de inval in Oekraïne in februari 2022. Verweerder nam op 7 februari 2024 een besluit dat de tijdelijke bescherming per 4 maart 2024 zou eindigen, waarna eiser Nederland moest verlaten. Dit besluit werd aangehouden vanwege prejudiciële vragen aan het HvJ EU en latere jurisprudentie.
Na beantwoording van deze vragen en diverse einduitspraken nam verweerder op 19 augustus 2025 een vervangend terugkeerbesluit. Eiser stelde dat dit besluit onrechtmatig was omdat hij rechtmatig verbleef onder een bevriezingsmaatregel en zolang de beroepsprocedure loopt, zijn verblijf rechtmatig blijft.
De rechtbank oordeelt dat het rechtmatig verblijf van eiser op 4 maart 2024 van rechtswege is geëindigd en dat de bevriezingsmaatregel niet als rechtmatig verblijf geldt. Het vervangende besluit voldoet aan de vereisten van de Terugkeerrichtlijn en is niet in strijd met het non-refoulementbeginsel. Het beroep wordt ongegrond verklaard, maar eiser krijgt proceskosten toegewezen vanwege het eerdere besluit dat onrechtmatig was.
Uitkomst: Het beroep tegen het vervangend terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.