ECLI:NL:RBDHA:2026:9665
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugkeerbesluit tijdelijke bescherming derdelander Oekraïne
Eiser, een Algerijnse derdelander die tijdelijke bescherming genoot in Nederland vanwege de inval in Oekraïne, betwist het besluit van de minister om zijn tijdelijke bescherming te beëindigen en hem te verplichten terug te keren naar Algerije.
De rechtbank overweegt dat de tijdelijke bescherming van derdelanders Oekraïne eerder mag eindigen dan die van Oekraïners, mits niet vóór 4 maart 2024. Het vervangende terugkeerbesluit voldoet aan de Europese Terugkeerrichtlijn en is niet in strijd met het gelijkheidsbeginsel of het vertrouwensbeginsel. De bevriezingsmaatregel wordt gezien als een feitelijke opschorting en niet als rechtmatig verblijf.
De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt het terugkeerbesluit. Wel veroordeelt zij de minister in de proceskosten omdat het oorspronkelijke besluit gebreken vertoonde. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 20 april 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen het vervangende terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard en de minister wordt veroordeeld in de proceskosten.