Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:9652

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
21 april 2026
Publicatiedatum
22 april 2026
Zaaknummer
NL26.14158
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30 Vreemdelingenwet 2000Verordening (EU) nr. 604/2013EVRMVreemdelingencirculaire paragraaf C1/2.12
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening Spanje

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Spanje volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.

De rechtbank heeft het beroep op 17 april 2026 behandeld en beoordeelt dat er geen concrete aanwijzingen zijn dat het besluit door AI of Case Matcher is genomen. De minister heeft verklaard dat bevoegde ambtenaren het besluit hebben genomen zonder gebruik van geautomatiseerde systemen. Ook is voldoende aangetoond dat eiseres is uitgenodigd voor de gehoren.

Verder oordeelt de rechtbank dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Spanje van toepassing is en eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat Spanje haar niet adequaat zal behandelen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.14158

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres], V-nummer: [v-nummer], eiseres

(gemachtigde: mr. L.J. Meijering),
en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: G.W. Wezelman).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 13 maart 2026 niet in behandeling genomen omdat Spanje verantwoordelijk is voor de aanvraag.
1.1.
De rechtbank heeft het beroep op 17 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres zonder aanwezigheid van een tolk, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag van eiseres. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die eiseres heeft aangevoerd, de beroepsgronden.
3. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat eiseres ongelijk krijgt en het niet in behandeling nemen van haar aanvraag in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Totstandkoming van het besluit
4. De Europese Unie heeft gezamenlijke regelgeving over het in behandeling nemen van asielaanvragen. Die staat in de Dublinverordening. [1] Op grond van de Dublinverordening neemt de minister een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. [2] In dit geval heeft Nederland bij Spanje een verzoek om overname gedaan. Spanje heeft dit verzoek aanvaard.
Is het besluit door een bevoegde ambtenaar genomen of door AI [3] en/of Case Matcher?
5. Eiseres stelt zich samengevat op het standpunt dat zij niet kan nagaan of het besluit door een bevoegde ambtenaar is genomen. Volgens haar zijn er redenen om te denken dat de besluitvorming door middel van AI/Case Matcher tot stand is gekomen. In het besluit wordt het gebruik van Case Matcher niet ontkend. Eiseres is van mening dat de minister moet aantonen dat geen gebruik is gemaakt van AI/Case Matcher. De minister is niet transparant over het gebruik van Case Matcher in Dublinprocedures. Eiseres ziet voor dit gebruik ook indicaties in haar dossier. Ter onderbouwing van deze stelling betoogt eiseres dat de minister in de beschikking niet inhoudelijk is ingegaan op haar zienswijze. Dat is een indicatie dat sprake is van (vrijwel volledige) afdoening in een geautomatiseerd systeem zonder (voldoende) menselijke tussenkomst. Ter zitting heeft eiseres betoogd dat het claimakkoord gedateerd is op 31 juli 2025, dus ten tijde van de vorige Dublinprocedure, waaruit ook blijkt dat sprake is van automatisering.
5.1.
Subsidiair verzoekt eiseres de rechtbank om de minister te gelasten alsnog screenshots van Indigo te overleggen waaruit blijkt wie de beslisambtenaar is, zodat kan worden nagegaan of het besluit is genomen door een bevoegde ambtenaar. In dit verband heeft zij op de zitting opgemerkt dat hier extra reden voor is nu de minister op de zitting heeft gezegd dat gebruik wordt gemaakt van standaardtekstblokken die worden klaargezet. Ook is volgens eiseres de naam onderaan het voornemen en het besluit te relateren aan de mededeling dat de brief automatisch is verstuurd en dat er daarom geen handtekening onder staat. Deze naam is dus niet de naam van degene die de documenten heeft opgesteld.
6. De rechtbank laat in deze uitspraak in het midden of Case Matcher gekwalificeerd moet worden als AI. Zij komt namelijk tot de conclusie dat er geen concrete aanknopingspunten zijn dat AI en/of Case Matcher in deze zaak is gebruikt. Daarom en ook anderszins hoeft niet betwijfeld te worden dat het besluit door een bevoegde beslismedewerker is genomen. De minister heeft ter zitting verklaard dat hij contact heeft gelegd met de ambtenaren die onderaan in het voornemen en het besluit staan vermeld als degenen die namens de minister hebben gehandeld. Die ambtenaren hebben aan de minister te kennen gegeven geen gebruik te hebben gemaakt van AI of Case Matcher en hebben bevestigd dat zij de betreffende besluiten hebben gemaakt. De minister heeft voldoende toegelicht dat deze ambtenaren werkzaam zijn bij de afdeling die volgens het mandaatbesluit bevoegd zijn. Nu eiseres de bevoegdheid van deze ambtenaren op zichzelf niet heeft betwist, ziet de rechtbank geen aanleiding daar nadere stukken van op te vragen. Ook volgt uit de tekst onderaan het besluit en het voornemen zonder meer dat de naam waarmee wordt afgesloten degene is die namens de minister de beslissing heeft genomen.
6.1.
De rechtbank ziet in wat eiseres aanvoert geen aanleiding te twijfelen aan de mededeling dat de betreffende ambtenaren het voornemen en het besluit hebben opgesteld en aan hun verklaring dat zij geen gebruik hebben gemaakt van AI of Case Matcher. Dat in het besluit niet expliciet is vermeld dat er geen gebruik is gemaakt van AI en Case Matcher, maakt nog niet dat er sprake is van een motiveringsgebrek. Er is wel vermeld dat een standaardvoornemen niet in strijd is met de regels in paragraaf C1/2.12 van de Vreemdelingencirculaire. Dat het besluit van de minister kort is, vindt de rechtbank ook geen indicatie dat gebruik is gemaakt van AI. Naar het oordeel van de rechtbank is afdoende op de zienswijze en andere relevante aspecten ingegaan. Dat in het claimakkoord een oude datum staat vermeld is ook geen aanwijzing dat AI/Case Matcher is gebruikt, reeds omdat dit, wat er verder ook van zij, een document van de Spaanse autoriteiten is, wat niets zegt over de wijze van besluitvorming die hier voorligt. In de door eiseres overgelegde zittingsaantekeningen van de zaak NL25.39074 staat dat de minister in die zaak heeft verklaard dat er een AI-programma in de testfase in Dublinprocedures is. Uit deze mededeling volgt niet dat de daarin ingezette tools worden gebruikt als definitieve besluitvorming zonder menselijke tussenkomst noch dat het in alle zaken wordt gebruikt. Ook dit laat de rechtbank niet twijfelen aan de mededeling van de minister dat in onderhavige zaak geen gebruik is gemaakt van AI/Case Matcher.
6.2.
De rechtbank is dan ook van oordeel dat er onvoldoende aanknopingspunten zijn dat in deze specifieke zaak geen of te weinig menselijke tussenkomst is geweest of dat het besluit niet door een bevoegde medewerker is genomen. De rechtbank vindt een screenshot uit Indigo daarom ook niet nodig. De beroepsgrond slaagt niet.
Is eiseres uitgenodigd voor een gehoor?
7. Eiseres voert aan dat door de minister onvoldoende is aangetoond dat zij daadwerkelijk is uitgenodigd voor de gehoren van 7 en 21 december 2025 en zij dit ook begrepen heeft.
8. De rechtbank volgt eiseres daarin niet. De rechtbank gaat er op basis van de stukken en wat daarover door partijen is aangevoerd van uit dat eiseres voor twee gehoren is uitgenodigd. Verder overweegt zij dat er drie uitnodigingen in de vorm van loopbrieven in het dossier zijn geüpload. Op één uitnodiging staat een handtekening. Deze lijkt op de handtekening op de asielaanvraag. De rechtbank houdt het ervoor dat dit de handtekening van eiseres is, ook omdat dit verder niet is betwist. Hoewel niet duidelijk of die uitnodiging voor het gehoor van 7 of van 21 december 2025 was, is hiermee wel voldoende duidelijk dat eiseres minstens één uitnodiging daadwerkelijk heeft ontvangen. De rechtbank overweegt daarbij dat op de uitnodigingen als datum aankomst 17 oktober 2025 staat vermeld, waaruit kan worden afgeleid dat het in ieder geval op de huidige - en dus niet de vorige - Dublinprocedure ziet. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding te twijfelen aan de rapportages van de gehoren en komt tot de conclusie dat eiseres voldoende in de gelegenheid is gesteld te worden gehoord.
Is overdracht in strijd met de internationale verplichtingen?
9. Eiseres stelt zich op het standpunt dat ten aanzien van Spanje niet van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. De minister heeft ten onrechte geen gewicht toegekend aan de verklaringen van eiseres die zijn gedaan in haar eerdere aanmeldgehoor en die zien op haar persoonlijke ervaringen in Spanje (de onveilige situatie in de opvang). De minister had die verklaringen bij de beoordeling moeten betrekken, omdat er geen recentere verklaringen zijn. Zij wijst in dit kader op een uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Roermond. [4]
10. De rechtbank overweegt dat de minister in beginsel ten opzichte van Spanje uit mag gaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Dit betekent dat lidstaten erop mogen vertrouwen dat de andere lidstaten de vreemdeling in overeenstemming met het EVRM [5] , het Vluchtelingenverdrag en het Unierecht zullen behandelen. Eiseres moet aannemelijk maken dat dit in haar geval niet kan. Daarin is zij niet geslaagd. De rechtbank stelt voorop dat de Afdeling in recente uitspraken heeft geoordeeld dat ten aanzien van Spanje nog steeds van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. [6] Verder heeft de minister de verklaringen van eiseres uit een eerder aanmeldgehoor niet hoeven meewegen, aangezien deze al zijn beoordeeld in de vorige procedure en door of namens eiseres sindsdien niets meer naar voren heeft gebracht; noch in de zienswijze noch in de gronden van beroep of op zitting. Deze beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

11. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres ongelijk krijgt en kan worden overgedragen aan Spanje. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. V.P.K. van Rosmalen, rechter, in aanwezigheid van C. Holmond, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Verordening (EU) nr. 604/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013.
2.Dit staat ook in artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
3.Artificial Intelligence.
4.Zie de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond van 18 juli 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:13134.
5.Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden.
6.Zie bijvoorbeeld de uitspraken van de Afdeling van 25 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5661 en van 16 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1431.