ECLI:NL:RBDHA:2026:9615
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser, met Egyptische nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel in Nederland. De minister van Asiel en Migratie nam de aanvraag niet in behandeling omdat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening.
Eiser betoogde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet toepasbaar is vanwege tekortkomingen in de Spaanse opvang, het risico op indirect refoulement en onvoldoende rechtsbescherming in Spanje. Hij verwees naar AIDA-rapporten en stelde dat hij medische omstandigheden heeft die een behandeling in Nederland rechtvaardigen.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het asiel- en opvangsysteem in Spanje zodanige tekortkomingen vertoont dat overdracht aan Spanje leidt tot een reëel risico op een schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel blijft van toepassing. Ook is geen sprake van een bijzondere individuele omstandigheid die een uitzondering rechtvaardigt.
Het beroep werd daarom kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de rechtbank Den Haag op 21 april 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.