ECLI:NL:RBDHA:2026:9587
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende gegronde vrees voor vervolging door voodoo
Eiser, een Gambische man, vroeg asiel aan in Nederland vanwege een vrees voor vervolging door zijn oom, die hem met voodoo zou willen doden na een incident waarbij het neefje van eiser overleed. De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af wegens onvoldoende gegronde vrees voor vervolging en vaardigde een terugkeerbesluit uit.
Eiser voerde aan dat de geloofwaardigheid van zijn problemen met zijn oom niet voldoende was beoordeeld en dat verweerder ten onrechte geen nieuw voornemen had uitgebracht. De rechtbank oordeelde dat verweerder de geloofwaardigheid van de verklaringen terecht in het midden liet en dat geen nieuw voornemen nodig was.
De rechtbank stelde vast dat de vrees voor voodoo niet objectief te toetsen is en geen wetenschappelijke basis heeft om te concluderen dat voodoo daadwerkelijk tot de dood kan leiden. Ook is onvoldoende onderbouwd dat de voodoo-vrees valt onder artikel 3 EVRM Pro. Daarnaast is gemotiveerd dat eiser zich elders in Gambia kan vestigen en bescherming kan inroepen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de afwijzing van de asielaanvraag. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens onvoldoende gegronde vrees voor vervolging door voodoo.