ECLI:NL:RBDHA:2026:9562
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Recht op inverdienen leeftijdsontslag voor inzet Koninklijke Marechaussee onder BZ-convenant
Eiser, werkzaam bij de Koninklijke Marechaussee, verzocht om zijn tijdelijke inzet voor het ministerie van Buitenlandse Zaken mee te laten tellen voor de opbouw van inverdientijd, zodat hij eerder met leeftijdsontslag kan gaan. Verweerder wees dit verzoek aanvankelijk af op grond van financiële en operationele redenen en de toepassing van de Arbeidstijdenwet (ATW) en het Algemeen militair ambtenarenreglement (AMAR).
De rechtbank oordeelt dat de werkzaamheden onder het BZ-convenant wel degelijk onder een wettelijk opgedragen taak vallen en dat de beschermende bepalingen van de ATW en hoofdstuk 7 van het AMAR niet goed samen gaan met een goede taakuitoefening. Uit getuigenverklaringen blijkt dat de werkzaamheden plaatsvinden onder zware omstandigheden, waarbij rust- en werktijden niet volgens de beschermende bepalingen kunnen worden nageleefd.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit voor zover eiser niet mocht inverdienen voor zijn inzet vanaf 2017 en bepaalt dat eiser dit recht wel heeft. Daarnaast krijgt eiser een schadevergoeding van €1.000 wegens overschrijding van de redelijke termijn in de bezwaarprocedure, en worden griffierecht en proceskosten aan eiser vergoed.
Het beroep wordt gegrond verklaard en de rechtbank neemt zelf een beslissing op de aanvraag tot inverdienen. De uitspraak bevestigt dat de inzet onder het BZ-convenant gelijkstaat aan inzet bij vredes- en humanitaire operaties wat betreft inverdientijd.
Uitkomst: Eiser krijgt recht op inverdienen voor inzet onder het BZ-convenant vanaf 2017 en ontvangt schadevergoeding en proceskosten.