ECLI:NL:RBDHA:2026:9476
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Libische demonstrant wegens ongeloofwaardigheid relaas militieproblemen
Eiser, een Libische nationaliteit dragende man, diende op 28 december 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. Hij stelde dat hij vanwege deelname aan een demonstratie in 2013 problemen had ondervonden met een militie, waaronder een schietincident en ontvoering. Verweerder wees de aanvraag op 1 juli 2025 af wegens onvoldoende geloofwaardigheid van het asielrelaas.
De rechtbank behandelde het beroep op 26 februari 2026. Eiser voerde aan dat zijn relaas ondersteund werd door medische documenten en foto's, en dat hij onterecht werd verweten dat hij na de demonstratie nog een half jaar in Libië verbleef. Verweerder vond echter dat het ontbreken van juridische documenten en inconsistenties in het verhaal de geloofwaardigheid ondermijnden.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht de problemen met de militie ongeloofwaardig vond, mede omdat eiser geen samenhangend en aannemelijk verhaal gaf en zijn verklaringen deels gebaseerd waren op uitspraken van derden. Ook vond de rechtbank dat het feit dat eiser nog een half jaar in Libië verbleef terwijl hij beweerde voortdurend in angst te leven, afbreuk deed aan zijn geloofwaardigheid.
De rechtbank wees het beroep af en gaf geen proceskostenvergoeding. Eiser kan binnen vier weken hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardigheid van het relaas over militieproblemen.