Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag tot wijziging van de beperking van een verblijfsvergunning regulier. De minister van Asiel en Migratie heeft niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van 90 dagen beslist, waardoor het beroep tijdig en gegrond is verklaard.
De rechtbank stelt vast dat de minister de ontvangst van de aanvraag heeft bevestigd, maar verder nog geen inhoudelijke beslissing heeft genomen. Gelet op de aard van de aanvraag en de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, wordt een termijn van acht weken opgelegd waarbinnen een besluit moet worden genomen, met een mogelijkheid tot verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €15.000. De minister wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van het door eiser betaalde griffierecht en de proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter E.F. Bethlehem en openbaar gemaakt op 2 april 2026.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en legt een termijn en dwangsom op aan de minister voor het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag tot wijziging van de verblijfsvergunning.