Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag van 22 juli 2024 voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor gezinshereniging nareis asiel.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn van 90 dagen, met verlenging tot maximaal 180 dagen, is overschreden en dat eiser de minister rechtsgeldig in gebreke heeft gesteld. Het beroep is daarom gegrond verklaard.
De rechtbank legt de minister een termijn van acht weken op om alsnog een besluit te nemen, tenzij de minister binnen die termijn nader onderzoek aankondigt, waarna de termijn wordt verlengd tot twintig weken. Tevens wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd bij overschrijding, met een maximum van € 15.000,-.
Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser van € 467,- vanwege de inschakeling van juridische hulp. De rechtbank verleent eiser vrijstelling van griffierecht. De minister heeft geen verweerschrift ingediend, waardoor onduidelijk blijft wanneer het besluit zal volgen.