Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag van 22 augustus 2024 voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor gezinshereniging nareis asiel. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn van 90 dagen, met verlenging tot maximaal drie maanden, is overschreden en dat eiser de minister rechtsgeldig in gebreke heeft gesteld.
De rechtbank oordeelt dat het beroep terecht en gegrond is. De minister wordt opgedragen binnen acht weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit te nemen, tenzij hij binnen die termijn nader onderzoek aankondigt, waarna de beslistermijn wordt verlengd tot twintig weken. Tevens wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd met een maximum van € 15.000,-.
De minister heeft geen verweerschrift ingediend, waardoor onduidelijk is wanneer hij zal beslissen. De rechtbank kent eiser een proceskostenvergoeding van € 467,- toe en verleent vrijstelling van griffierecht. De uitspraak is gedaan door rechter G.P. Loman en griffier J.M. Pattynama op 2 april 2026.