ECLI:NL:RBDHA:2026:8837
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter in cluster BPM-belastingzaken
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. B. van Walderveen, rechter-plaatsvervanger, in een cluster van BPM-belastingzaken waarin verzoeker als gemachtigde optreedt. Het verzoek betrof vermeende onpartijdigheid omdat de rechter nationale wetgeving boven Unierecht zou plaatsen en zijn verplichtingen uit het Unierecht niet zou nakomen.
De wrakingskamer oordeelt dat een rechterlijke beslissing zelf geen grond kan vormen voor wraking, aangezien wraking geen verkapt rechtsmiddel is. Ook eerdere uitspraken van de rechter in andere zaken vormen geen reden voor wraking zonder concrete feiten die de schijn van partijdigheid rechtvaardigen. Verzoeker heeft dergelijke concrete omstandigheden niet gesteld.
Daarnaast constateert de wrakingskamer dat verzoeker meerdere soortgelijke wrakingsverzoeken heeft ingediend zonder succes, wat duidt op misbruik van het wrakingsmiddel met het doel de procedure te frustreren. Daarom wordt bepaald dat toekomstige wrakingsverzoeken van verzoeker in deze en aanverwante zaken niet meer in behandeling worden genomen.
De wrakingskamer wijst het verzoek af, neemt enkele zaken niet in behandeling vanwege een eerder opgelegd wrakingsverbod en bepaalt dat de procedures worden voortgezet zoals voor het indienen van het wrakingsverzoek. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 april 2026 en is niet vatbaar voor beroep.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt afgewezen en een algemeen wrakingsverbod opgelegd voor toekomstige verzoeken van verzoeker in deze en aanverwante BPM-zaken.