ECLI:NL:RBDHA:2026:8443
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag artikel 64 Vreemdelingenwet wegens ontbreken medische noodsituatie
Eiseres, een Nigeriaanse vrouw, heeft een aanvraag ingediend voor toepassing van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, welke is afgewezen door de minister van Asiel en Migratie. Het Bureau Medische Advisering (BMA) bracht een advies uit waarin werd vastgesteld dat eiseres lijdt aan chronische stabiele bloedarmoede en slaapproblemen, maar dat deze aandoeningen niet zodanig ernstig zijn dat sprake is van een medische noodsituatie.
Eiseres voerde aan dat het BMA onvoldoende onderzoek had gedaan naar haar psychische klachten en dat bij terugkeer naar Nigeria een medische noodsituatie zou ontstaan. Tevens stelde zij dat zij ten onrechte niet was gehoord. De rechtbank oordeelde dat het BMA-advies zorgvuldig was opgesteld en dat eiseres onvoldoende onderbouwing had geleverd om het advies te betwisten.
De rechtbank stelde vast dat verweerder terecht van het BMA-advies is uitgegaan en dat het bezwaar geen aanleiding gaf tot een ander besluit. Ook was het niet noodzakelijk eiseres te horen, omdat het bezwaar geen nieuwe feiten of stukken bevatte die tot een andere uitkomst konden leiden.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van connexiteit. Eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag artikel 64 Vreemdelingenwet wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.