Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken in de zaak tussen
[eiser] ,
de minister van Asiel en Migratie, de minister
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
‘(…) betrokkene heeft aangegeven dat hij ademhalingsproblematiek ervaart waardoor hij zich erg benauwd kan voelen.’,
‘Betrokkene heeft aangegeven vermoeidheidsklachten te ervaren door verminderd slapen.’, en ‘
Betrokkene heeft aangegeven dat hij psychisch kan decompenseren bij een negatieve beschikking. (suïcidegevaar is aanwezig).’Hoewel de rechtbank wel ziet dat aan eiser door de minister veel ruimte en gelegenheid is geboden om te verklaren tijdens het nader gehoor, blijkt uit de besluitvorming onvoldoende waarom in het licht van deze aspecten van eiser méér verwacht wordt. Ook heeft de minister niet duidelijk gemotiveerd waarop deze verwachting gebaseerd is. Deze beroepsgrond slaagt.
‘Ik raakte in paniek. Ik durfde het aan niemand te vertellen. Ik was bezorgd, ik dacht dat er iets mis met mij was. En ik wist niet wat ik moest doen.’ [9] Verder heeft eiser naar het oordeel van de rechtbank zijn gevoel ook duidelijk verwoord toen de minister in het nader gehoor vroeg wat het met hem deed dat homoseksualiteit in Uganda verboden is en hoe de gemeenschap hierover denkt. Eiser heeft namelijk het volgende verklaard:
‘Homoseksuelen worden uitgescholden, het wordt zelfs als een scheldwoord gebruikt. En mensen denken dat we geen normale mensen zijn. En dat we vervloekt zijn. Ik dacht soms dat ik misschien vervloekt was.’ [10] Daarnaast heeft eiser ook niet summier of oppervlakkig verklaard over hoe hij ermee omgaat dat zijn religie tegen zijn geaardheid is. Eiser heeft hierover onder andere het volgende gezegd:
‘Ik heb eigenlijk daar nog moeite mee, want volgens islam is homoseksualiteit een zonde. Soms in de moskee praat de sjeik heel negatief over homoseksualiteit. Ik voel me dan indirect aangesproken en aangevallen.’en
‘Ik was niet meer op mijn gemak, want ik voelde me aangesproken en op een gegeven moment wilde ik niet meer naar de moskee gaan. Ik besloot om thuis te bidden.’ [11] De rechtbank ziet dit niet als summiere of oppervlakkige verklaringen. De minister heeft onvoldoende gemotiveerd hoe dit als summier en oppervlakkig gezien wordt.