ECLI:NL:RBDHA:2026:8244
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens vertrek met onbekende bestemming
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de aanvraag. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten op grond van artikel 8:54 Awb Pro.
De rechtbank heeft ambtshalve onderzocht of eiser nog procesbelang heeft bij het beroep. De minister heeft meegedeeld dat eiser op 25 februari 2026 met onbekende bestemming is vertrokken. De gemachtigde van eiser heeft verklaard geen contact meer te hebben met eiser en niet te weten waar hij verblijft. Volgens vaste rechtspraak kan een vreemdeling die met onbekende bestemming vertrekt nog belang hebben bij het beroep als er recent contact is, tenzij er concrete aanwijzingen zijn dat hij geen bescherming meer wenst.
Gezien het ontbreken van contact en het feit dat eiser zich niet heeft gemeld bij het COA, neemt de rechtbank aan dat eiser geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland en geen actueel belang meer heeft bij de beoordeling van het besluit. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en beoordeelt zij de zaak niet inhoudelijk. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en geen procesbelang meer heeft.