Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.[eiseres 1] te [woonplaats 1] ,
1.[gedaagde 1] te [woonplaats 3] ,
1.Waar gaat deze zaak over?
de kleinkinderen van mijn partner’ in het testament van erflaatster moet worden uitgelegd. Het antwoord op deze vraag is bepalend voor de vraag wie erfgenamen zijn in de nalatenschap van erflaatster.
‘de kleinkinderen van mijn partner’[eiseres 1] en [eiseres 2] heeft bedoeld. Dat betekent dat [eiseres 1] en [eiseres 2] enig erfgenamen van erflaatster zijn.
2.De procedure
3.De feiten
[geboortedatum 2] 1970 [naam 5] geboren. Het huwelijk van [naam 1] en [naam 4] is op [dag 5] 1984 door echtscheiding ontbonden.
4.Het geschil
de kleinkinderen van mijn partner’ alleen [eiseres 1] en [eiseres 2] heeft bedoeld. Het testament is opgesteld na de geboorte van [eiseres 1] en kort vóór de geboorte van [eiseres 2] . Erflaatster heeft [eiseres 1] en [eiseres 2] tot haar erfgenamen benoemd, omdat [eiseres 1] en [eiseres 2] met [naam 1] en erflaatster een nauwe relatie hadden en erflaatster [eiseres 1] en [eiseres 2] als haar eigen kleinkinderen beschouwde. Erflaatster wist niet van het bestaan van de kinderen van [naam 3] en zij had met hen geen enkele band.
‘de kleinkinderen van mijn partner’in het testament van erflaatster alle kleinkinderen van [naam 1] worden bedoeld, en dus niet alleen [eiseres 1] en [eiseres 2] maar ook [gedaagde 2] , [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Volgens [gedaagde 1] c.s. is de formulering in het testament niet voor meerdere uitleg vatbaar en laat deze formulering geen ruimte voor twijfel. De keuze van erflaatster voor deze formulering duidt op een bewuste wil om alle kleinkinderen uit beide familietakken te omvatten. De gestelde onbekendheid van erflaatster met het bestaan van de kinderen van [naam 3] is onvoldoende bewezen en is geen criterium voor de uitleg van het testament op grond van artikel 4:46 BW Pro, aldus [gedaagde 1] c.s.
5.De beoordeling
Uitleg van het testament aan de hand van artikel 4:46 BW Pro
‘de kleinkinderen van mijn partner’in het testament moeten worden uitgelegd. Hierbij gaat het dus niet om een uitsluitend grammaticale uitleg van de tekst van het testament, zoals [gedaagde 1] c.s. lijken te betogen. Ook als de tekst van het testament op het eerste gezicht volstrekt duidelijk is, moet rekening worden gehouden met de verhoudingen die erflaatster in haar testament kennelijk wenste te regelen en met de omstandigheden waaronder het testament is gemaakt. Met andere woorden: beoordeeld moet worden wat erflaatster voor ogen stond op het moment waarop zij het testament liet opstellen.
“er komen toch niet meer kinderen hè?”.Haar moeder zou daarop hebben geantwoord dat het ‘klaar’ was na de geboorte van hun tweede kind. Erflaatster heeft volgens [eiseres 1] en [eiseres 2] geen namen van de kleinkinderen van [naam 1] in het testament opgenomen, omdat [eiseres 2] ten tijde van het opmaken van het testament nog niet geboren was en haar naar naam dus nog niet bekend was. Het voorgaande is door [gedaagde 1] c.s. niet betwist en staat daarmee dus vast.
de kleinkinderen van mijn partner’ tot erfgenamen heeft benoemd, lijkt vooral te zijn ingegeven door het feit dat [eiseres 2] op dat moment nog niet was geboren.
‘de kleinkinderen van mijn partner’[eiseres 1] en [eiseres 2] zijn bedoeld. Dat betekent dat [eiseres 1] en [eiseres 2] enig erfgenamen van erflaatster zijn. De door hen gevorderde verklaring voor recht zal worden toegewezen.