ECLI:NL:RBDHA:2026:8061
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.M. van Veelen
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Bulgarije volgens Dublinverordening
De rechtbank Den Haag heeft op 3 april 2026 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser beroep instelde tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag. De minister van Asiel en Migratie had de aanvraag afgewezen omdat Bulgarije volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet kan worden toegepast vanwege de slechte omstandigheden in Bulgarije, waaronder onmenselijke detentie en gebrek aan medische zorg, en stelde dat hij bijzonder kwetsbaar is vanwege gezondheidsproblemen. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Bulgarije niet aan zijn internationale verplichtingen voldoet en dat de minister terecht uitgaat van het vertrouwensbeginsel.
Daarnaast werd het beroep op bijzondere kwetsbaarheid verworpen omdat de medische onderbouwing ontbrak en de stellingen te laat en onvoldoende werden onderbouwd. Ook het beroep op het arrest C.K. faalde omdat geen aannemelijk bewijs was geleverd dat de gezondheidssituatie van eiser door overdracht zou verslechteren.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, handhaafde het besluit van de minister en wees proceskostenvergoedingen af. Eiser kan binnen een week hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit van de minister blijft in stand.