Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag van 3 september 2024 voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor gezinshereniging nareis asiel. De rechtbank stelt vast dat de minister de beslistermijn van 90 dagen, met een mogelijke verlenging van drie maanden, heeft overschreden en dat eiser de minister rechtsgeldig in gebreke heeft gesteld.
De rechtbank bepaalt dat de minister binnen acht weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit moet nemen, tenzij de minister binnen die termijn nader onderzoek aankondigt, waarna de termijn wordt verlengd tot twintig weken. Tevens legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- voor het overschrijden van deze termijn.
De rechtbank kan geen bestuurlijke dwangsom vaststellen omdat de wettelijke bepalingen hierover per 15 april 2025 niet meer van kracht zijn, en de minister niet tijdig heeft beslist noch in gebreke is gesteld vóór die datum. Daarnaast veroordeelt de rechtbank de minister tot vergoeding van de proceskosten van eiser en het griffierecht.
De minister heeft geen verweerschrift ingediend, waardoor onduidelijk is wanneer hij alsnog zal beslissen. De rechtbank volgt eerdere jurisprudentie waarin bij nareisaanvragen een langere beslistermijn passend kan zijn. Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt opgedragen binnen de gestelde termijnen te beslissen, onder dreiging van een dwangsom.