ECLI:NL:RBDHA:2026:795
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bewaring van Algerijnse vreemdeling en zicht op uitzetting
In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag op 20 januari 2026 uitspraak gedaan in een procedure betreffende de bewaring van een Algerijnse vreemdeling. De eiser, vertegenwoordigd door zijn gemachtigde mr. P.A.L.A. van Ittersum, had beroep ingesteld tegen de maatregel van bewaring die door de minister van Asiel en Migratie was opgelegd op 5 september 2025. De rechtbank heeft de voortduring van de bewaring beoordeeld, waarbij zij zich baseerde op eerdere uitspraken en de voortgang van de uitzetting. De rechtbank heeft vastgesteld dat er voldoende zicht op uitzetting naar Algerije is, ondanks de bezwaren van de eiser over de voortvarendheid van de minister en de omstandigheden van zijn bewaring. De rechtbank concludeert dat de maatregel van bewaring rechtmatig is en dat het beroep ongegrond is verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.