Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister van Asiel en Migratie op haar aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor gezinshereniging nareis asiel. De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak van 25 april 2025 waarin de minister werd opgedragen binnen acht weken te beslissen.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk is, ondanks het ontbreken van een ingebrekestelling, vanwege de uitdrukkelijke termijn in de eerdere uitspraak. De minister heeft niet binnen de gestelde termijn een besluit genomen, waardoor het beroep gegrond is.
De rechtbank legt de minister een nieuwe beslistermijn van twee weken op en verbindt daaraan een dwangsom van €250 per dag met een maximum van €37.500 bij overschrijding. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van eiseres.
De minister heeft geen verweerschrift ingediend, waardoor onduidelijk blijft wanneer alsnog een besluit wordt genomen. De uitspraak is gedaan door rechter A. Skerka en griffier J.B. Thépass op 12 maart 2026.