ECLI:NL:RBDHA:2026:7723
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijke bescherming derdelander Oekraïne en terugkeerbesluit ongegrond verklaard
Eiser, een Algerijnse derdelander die tijdelijke bescherming genoot in Nederland vanwege de inval in Oekraïne, betwistte het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn tijdelijke bescherming te beëindigen en hem te verplichten Nederland te verlaten.
De rechtbank oordeelde dat de beëindiging van de tijdelijke bescherming na 4 maart 2024 conform de Europese richtlijnen en jurisprudentie is en dat eiser geen verblijfsvergunning heeft of een aanvraag daartoe. De bevriezingsmaatregel die de terugkeer tijdelijk opschortte, werd als feitelijke opschorting beoordeeld en niet als rechtmatig verblijf, waardoor het vertrouwensbeginsel niet werd geschonden.
Verder concludeerde de rechtbank dat eiser voldoende gelegenheid heeft gehad om zijn zienswijze te geven en dat er geen aannemelijk risico op schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer naar Algerije bestaat. Ook is geen beschermenswaardig privé- of familieleven opgebouwd in Nederland. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, het terugkeerbesluit bleef in stand en de minister werd veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep tegen het beëindigen van de tijdelijke bescherming en het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard en het terugkeerbesluit blijft in stand.