ECLI:NL:RBDHA:2026:772
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvragen van jezidi's uit Sinjar, Irak, en de motivering van de minister
In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag, gedateerd 19 januari 2026, zijn twee eisers, jezidi's van Iraakse nationaliteit, betrokken bij een asielprocedure. De eisers hebben op 8 januari 2023 aanvragen ingediend voor een verblijfsvergunning asiel, welke door de minister van Asiel en Migratie op 7 augustus 2025 zijn afgewezen. De minister stelde dat eisers veilig konden terugkeren naar hun ouders in Khanasor, Sinjar, omdat zij daar tot hun vertrek in juli 2022 hadden verbleven. De rechtbank oordeelt echter dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom Khanasor als normale woon- en verblijfplaats voor eisers kan worden aangemerkt. De rechtbank wijst erop dat eiser 2 langer in het vluchtelingenkamp Khanké heeft verbleven dan in Khanasor en dat de ouders van eisers inmiddels niet meer in Khanasor verblijven. De rechtbank vernietigt de bestreden besluiten van de minister wegens strijd met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel en verklaart de beroepen gegrond. De rechtbank draagt de minister op om binnen zes weken nieuwe besluiten te nemen op de aanvragen van eisers, rekening houdend met deze uitspraak. Tevens worden de proceskosten van eisers vergoed.