Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , eiseres
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
€ 467 (vierhonderdzevenenzestig euro).
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van gezinshereniging voor haar stiefouders, halfzusjes en halfbroertje. Verweerder, de minister van Asiel en Migratie, heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:54 van Pro de Awb.
De aanvraag werd ingediend op 26 januari 2024, met een beslistermijn van 90 dagen die door verweerder met drie maanden werd verlengd, waardoor uiterlijk 25 juli 2024 een besluit had moeten worden genomen. Deze termijn is verstreken zonder besluit. Verweerder is op 16 juli 2025 rechtsgeldig in gebreke gesteld en het beroep is op 10 december 2025 tijdig ingesteld.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is en legt op grond van artikel 8:55d Awb een termijn van acht weken na verzending van deze uitspraak op waarbinnen verweerder een besluit moet nemen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen onder dreiging van een dwangsom.